Daily Tzolkin

Inloggen


Zo vader zo zoon, samen op het verkeerde pad

artikel geplaatst op dinsdag 10 februari 2009 om 19:18 - Redactie

Waarom komt het ene kind goed terecht terwijl het ander afdaalt in het criminele milieu? De omgeving waarin een kind opgroeit, speelt een belangrijke rol, dat is al langer duidelijk. Toch zijn er legio kinderen uit achterstandswijken die prima terechtkomen.


Het wordt meer en meer duidelijk dat ook genen een belangrijke factor zijn in de keuze voor het slechte pad. Recent onderzoek van de Florida State University toont aan dat adolescente mannen met een bepaalde genvariatie meer de neiging hebben criminele vrienden uit te zoeken dan mannen zonder deze genvariatie.

Onderzoek naar genetische aanleg voor crimineel gedrag is lange tijd taboe geweest. Eind jaren zeventig kwam het tot een botsing tussen wetenschappelijke nieuwsgierigheid en maatschappelijke verontwaardiging. Wouter Buikhuisen, zojuist geïnaugureerd als hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden, wilde onderzoek doen naar de biologische achtergrond van crimineel gedrag. Hij hypothetiseerde dat iemand die weinig van het stresshormoon adrenaline aanmaakt, en daardoor weinig angst kent, meer kans maakt om in de criminaliteit terecht te komen.

Buikhuisen
De politieke en wetenschappelijke consensus in de jaren zeventig was echter dat de verrotte maatschappij iemand tot crimineel maakt. Aanleg om het verkeerde pad te kiezen bestond niet. Iedereen die anders beweerde werd onmiddellijk gebombardeerd tot fascist. Buikhuisen werd vergeleken met nazi-arts Josef Mengele. Hij werd zo hard aangevallen dat hij zich uiteindelijk terugtrok uit de wetenschap. Van zijn onderzoek is uiteindelijk weinig terechtgekomen.

Nu, dertig jaar later, zijn er aanwijzingen dat Buikhuisen er misschien wel dichterbij zat dan gedacht. Eén van de studies die daar op wijzen is een onderzoek van de Florida State University onder leiding van Kevin Beaver . Hij beschrijft in het Journal of Genetic Psychology dat mannen met een bepaalde variatie in het dopamine transporter gen (DAT1) zich meer aangetrokken voelen tot criminele vriendengroepen dan mannen zonder de variatie. Dopamine speelt een rol bij gevoelens van geluk en genot en fungeert tevens als voorloper voor de aanmaak van adrenaline.  

Hoog-risico
In het onderzoek vergelijkt de groep van Beaver de genetische bagage, socio-economische achtergrond en sociale omgeving van een kleine tweeduizend adolescente mannen en vrouwen. Het blijkt dat de relatie tussen het uitzoeken van criminele vrienden en de aanwezigheid van de genvariatie alleen significant is bij jongemannen die uit gezinnen komen waar ouderlijke liefde ontbreekt, de zogenaamde hoog-risico gezinnen. De aanwezigheid van de genvariatie heeft bij jongemannen uit laag-risico gezinnen geen invloed op gekozen vriendengroep. Het lijkt er dus op dat de genvariatie in het DAT1 gen net dat zetje geeft aan jongens die toch al op het randje zitten. Opvallend is dat vrouwen geen hinder ondervinden van de genvariatie, ook niet als ze uit een liefdeloos gezin komen.

Hoe de genvariatie precies inwerkt op gedrag, weet Beaver niet. Het zou volgens hem kunnen dat de variatie reageert op het constante gebrek aan liefde in hoog-risico gezinnen en dat bij mannen uit laag-risico gezinnen de variatie dus inactief blijft. Het kan ook zo zijn dat in een gezin waar kinderen liefdevol opgroeien de genvariatie weliswaar actief is, maar het zich niet manifesteert omdat er simpelweg meer controle op de kinderen is.

Of de genvariatie, en daarmee de neiging om de criminaliteit op te zoeken, in de ene cultuur meer aanwezig is dan in de andere is niet bekend, de etniciteit van de onderzochte adolescenten is niet meegenomen in de analyse.

Bron: Hidde Boersma - Sync.nl

Reacties

Geen reacties beschikbaar.

Reageren

Je bent op dit moment niet ingelogd. Om een reactie achter te laten moet je ingelogd zijn.

Policy | Kontakt
© DailyTzolkin 2019 | Tips of nieuws? redactie@dailytzolkin.com